Sint-Niklaas groeide uit tot regionaal centrum dankzij de textielnijverheid, eerst met vlas en wol, later met katoen. Die geschiedenis ziet u nog in de stad: rond de Grote Markt en de kerken staan burgerhuizen en handelspanden, en in wijken als Gazometer, Driekoningen en Watermolen veel oudere rijwoningen die gebouwd werden voor arbeidersgezinnen. De stad kreeg ook zware schade bij de bombardementen van mei 1940, en tussen de oudere bebouwing staan vandaag ook naoorlogse woningen.
Na de Tweede Wereldoorlog en het verdwijnen van een groot deel van de textielindustrie breidde de stad uit met verkavelingen van halfopen en vrijstaande woningen, vooral aan de rand van de stad en richting de deelgemeenten. Belsele, Nieuwkerken-Waas en Sinaai hebben elk een dorpskern met kerk en oudere woningen, met daarrond lintbebouwing en woonwijken uit de jaren 1960 tot 1990.
Het resultaat is een woningbestand met veel huizen van meer dan een halve eeuw oud, die vaak nog een oorspronkelijk of slechts gedeeltelijk vernieuwd dak hebben.