Lede heeft een bouwgeschiedenis die u zelden elders ziet. Uit de ondergrond werd eeuwenlang een gele, kalkhoudende zandsteen gewonnen, de Ledesteen, die tussen de 15de en de 18de eeuw in kerken en burgerlijke gebouwen in de ruime omgeving werd gebruikt. In de gemeente zelf staan onder meer boerenhuizen, een semigesloten hoeve uit de 19de eeuw, een boerenburgerhuis, een art-decovilla uit het interbellum en Kasteel ten Bosch in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.
Daarnaast is Lede vooral een woongemeente. Rond de kerk en langs de invalswegen staan oudere rijwoningen en halfopen woningen, terwijl in Impe, Oordegem, Smetlede en Wanzele vrijstaande woningen en verkavelingen afwisselen met hoeves tussen de akkers. Met de stations van Lede en Oordegem op de spoorlijn tussen Gent en Aalst trekt de gemeente al lang pendelaars aan. Een groot deel van de woningen werd gebouwd lang voor er isolatienormen bestonden, en veel daken zijn nu aan een eerste grondige renovatie toe.
Ook water bepaalt het landschap. De Molenbeek stroomt door alle deelgemeenten en tussen Oordegem, Smetlede en Wetteren ligt de vallei van de Serskampse Beek. In lager gelegen, vochtige zones is een goed doordachte opbouw onder het dak belangrijk: een correcte dampscherm aan de binnenkant en een dampopen onderdak aan de buitenkant voorkomen condensatie in de isolatie.