De oudste lagen van het dorp zijn nog terug te vinden rond het Gemeenteplein en de Opperstraat. De parochiekerk Sint-Niklaas is een neogotische kerk uit 1903, maar de westertoren is laatgotisch en dateert uit 1656. In de Kasteelstraat staat een waaggebouw uit 1634, en in de Driesstraat en de Opperstraat zijn negentiende-eeuwse boerenhuizen bewaard. Zulke panden hebben vaak een laag zadeldak, een zolder die nooit bedoeld was om te bewonen en een dakstructuur die door de jaren heen al meermaals is aangepast.
Het grootste deel van de woningen is jonger. De ligging aan de spoorlijn en dicht bij Brussel maakte van Liedekerke een woongemeente voor pendelaars, met lange straten vol rij- en halfopen woningen uit de twintigste eeuw. Daarachter zitten vaak een of meer achterbouwen met een plat dak: een keuken, een badkamer of een veranda die er later bijkwam. Die platte daken zijn dikwijls nog met bitumen gedekt en slecht geïsoleerd.
In het zuiden van de gemeente loopt de bebouwing over in het Liedekerkebos, een oud boscomplex dat Liedekerke deelt met Roosdaal en Ternat. Daar en richting Pajottenland vindt u meer vrijstaande woningen en verkavelingen uit de jaren zestig en zeventig, waarvan veel daken nu aan een eerste grote vernieuwing toe zijn.