Het stadsplan van Aalst is radiaal-concentrisch: rond de Grote Markt met het Schepenhuis en het belfort, sinds 1999 werelderfgoed van UNESCO, lopen de straten als spaken naar buiten. Een groot deel van de oude bebouwing ging in 1667 verloren, en wat er nu staat is voor een groot deel later gebouwd: bak- en zandsteenhuizen, lijstgevels uit de 18de en 19de eeuw en herenhuizen. Die panden hebben vaak steile pannen- of leiendaken met kilgoten, dakkapellen en schoorstenen die extra aandacht vragen.
Aalst groeide in de 19de eeuw sterk dankzij de textielnijverheid en de spoorweg. Rond het station en in de nieuwe wijken kwamen toen rijen arbeiderswoningen: smalle huizen met een eenvoudig zadeldak, een lage achterbouw en weinig of geen isolatie. Veel van die woningen zijn intussen verbouwd, maar het dak is vaak nog het originele of een snelle herstelling van decennia geleden.
In de deelgemeenten ziet het er anders uit. Erembodegem, met bijna 12.000 inwoners, groeide langs de Dender en heeft naast een oude kern veel verkavelingen. Moorsel, Meldert, Baardegem en Hofstade zijn landelijker, met dorpskernen, open en halfopen woningen uit de jaren 60 tot 90 en nog verspreide hoeves. Gijzegem en Herdersem liggen in de vallei van de Dender.